Wim Boshuis

WIM BOSHUIS (1942-1975)

Begin en medio jaren zestig van de vorige eeuw begon een fenomeen dat niet meer weg te denken is in de autosport. Steeds meer coureurs die zich bekwaamden in de kartsport, stapten over naar het grote werk. Doorgaans gebeurde dat met toerwagens. In die periode zochten onder meer Ed Swart, Toine Hezemans, Ab Goedemans, Dick van Staalduinen, Jan van Osch en Wim Boshuis hun heil in de autosport. Ed Swart en vooral Toine Hezemans werden beroemde namen in de Nederlandse racerij en ver daarbuiten. Teams waar ex-karters een warm welkom genoten waren de Scuderia Auto Swart (van Ed Swart, uiteraard) en SRT Holland waar de van het Racing Team Holland overgekomen manager Ger Oosterman geen onbekende was als actieve kartracer. Ger onderkende als geen ander het riante potentieel van door de wol geverfde kartcoureurs. Wim Boshuis, op 4 mei 1942 geboren, droeg een bril, had in geen enkel opzicht het door buitenstaanders verwachte uiterlijk van autocoureur, maar betoonde zich een zeer verdienstelijk en uiterst betrouwbare rijder. Die dat bewees met een aantal uiteenlopende auto’s. Zoals een NSU 1000 TT, een Fiat 128 Sport Coupé, uiteraard de Fiat-Abarth 1000 TC waarmee vrijwel alle karters furore maakten, maar ook een Ford Escort, een BMW 3.0 CSL, een Opel Manta, een Opel Commodore of een Alfa Romeo 1300 GTA Junior waarmee hij in 1972 Nederlands kampioen werd.

Oosterman: ,,Als persoon was hij fantastisch. Heel openhartig, maakte nooit herrie, deed alles prima zelf en was een gedreven autocoureur die ontzettend betrouwbaar was.’’ Na bijna veertig jaar moet Ger nog lachen als hij er aan denkt dat hij meende dat Wim best iets venijniger kon rijden. ,,Er mocht wel wat extra spanning gebeuren, vond ik.’’ Maar Boshuis bleef zichzelf. Rustig en ingetogen. Zelf lichtte hij eens in een interview een onverwacht tipje van de sluier: Ik ben erg driftig, al weet ik dat in de racerij te beheersen.’’ Dat hij in 1969 bij de training voor de laatste wedstrijd op Zandvoort over de kop ging met een Fiat-Abarth had niet te maken met onstuimig rijgedrag. Een stormachtige zijwind blies het lichte karretje, waar de voorwielen vaak omhoog kwamen in de bochten, pardoes omver in het Scheivlak. Auto total loss. Zijn uitstekende kans om na een seizoenlang duel zijn concurrent Rob Dijkstra te verslaan, werd daarmee getorpedeerd.

In 1975 nam Wim voor het Dutch National Racing Team (DNRT) in Levi’s kleuren deel aan de 24-uursrace van Francorchamps voor toerwagens. Hij wisselde de rijbeurten in de geel-zwarte Opel Commodore GS/E af met Loek Vermeulen en Alois Matthijssen. Het circuit van Spa-Francorchamps stond aangeschreven als zeer gevaarlijk vanwege de hoge snelheden die werden bereikt op het veertien kilometer lange stelsel van afgesloten openbare wegen. Tijdens de 24-uursrace van 1973 verongelukten daar Joisten, Dubois en Larini.

Na opheffing van SRT Holland vond Boshuis in 1973 onderdak bij Team Veronica (drie nationale races met Fiat 128 sport coupé en een met BMW 3.0 CSL), in 1974 was zijn racen een incidentele hobby: met een Fiat 128 voor Team Veronica 538 in Zandvoort, in een Opel Manta voor het DNRT in de 24-uursrace van Francorchamps en bij Castrol Team Zakspeed met een Ford Escort op Zandvoort (EK toerwagens).

Wim hield contact met zijn vroegere teammanager Oosterman en vroeg om raad. Wel of niet rijden op Francorchamps? Door een gril van het noodlot raakte Oosterman andermaal betrokken bij een droevige gebeurtenis. In 1968 vroeg Ab Goedemans hem als SRT-rijder of hij het goed vond als hij voor Abarth met een 1000 SP op de Nürburgring ging rijden. ,,Ik zei dat het me niet verstandig leek want die Abarth had een stuur in het midden. Vanwege het probleem met een van zijn ogen, leek het me niet handig als hij dat deed. Hij was gewend om helemaal links te zitten. Hij zei ‘laat me nou gaan’ en ik kon alleen maar zeggen dat ik hem niet vast kon binden.’’ Zeven jaar later informeerde Boshuis bij Oosterman. Ook ditmaal volgde negatief advies. ,,Ik vertelde hem niet te gaan. Zijn conditie was niet perfect want hij had dat jaar nog niet gereden. De race in juli zou zijn eerste van het seizoen worden. We hadden het erover dat het circuit gevaarlijk was en een beetje uit de gunst.’’ Oorspronkelijk zou Jim Vermeulen deel uitmaken van het driekoppige team maar wegens rugklachten mocht hij niet racen en werd een vervanger aangesteld. Boshuis.

In de avond van 26 juli 1975 ging het dramatisch mis. Op het uiterst snelle traject dat terug voert naar haarspeldbocht La Source, slipte Boshuis in het donker op olie en kwam op de weg tot stilstand. Daarmee eindigde zijn geluk. Nadat Boshuis uitstapte werden hij en zijn auto aangereden door een eveneens geslipte deelnemer (die dat wel overleefde). Een vreselijke klap. De tragiek sloeg wederom toe op Francorchamps. De 33-jarige eigenaar van een aannemingsbedrijf in de wegenbouw, wonende in Den Dolder met vrouw Arina en twee jonge kinderen, had geen schijn van kans.

Rob Wiedenhoff