Rob Slotemaker

Hij kon eerder vliegen dan autorijden. Bij zijn eerste sportwagenraces van de Nederlandse Autorensport Vereniging op Zandvoort noemde de commentator hem steevast ‘de blonde straaljagerpiloot’. Rob Slotemaker stond altijd op gespannen voet met autoriteiten. In militaire kringen kreeg hij een aanvaring doordat hij met een straaljager onder de Moerdijkbrug was gevlogen. In de Nederlandse autosport bleef hij een ‘enfant terrible’ dat altijd overhoop lag met officials, managers en collega coureurs. Het is nu een leuke anekdote maar het ‘Verraad van Monza’ in 1964 toen hij een afspraak niet na kwam en Racing Team Holland teamgenoot Ben Pon kort voor de finish de zekere zege ontnam, zorgde destijds voor ophef. Rob maakte internationaal naam met zijn anti-slipschool die in de jaren vijftig kleinschalig begon op een zijweg van het Zandvoortse circuit ter hoogte van de als ‘Bos In’ bekend staande bocht. Slotemaker bezat een fenomenale wagenbeheersing, bespoedigde de carrières van Wim Loos en Jan Lammers en speelde een belangrijke rol bij de stunts voor de film Le Mans van Steve McQueen. Jammer was dat hij zijn autosport activiteiten te veel versnipperde. Het was van alles wat; bijvoorbeeld rally’s met een DAF en racen met een Porsche 904. Veel maakte hem dat niet uit, de slipschool kwam als nummer één. Bijzonder tragisch is dan ook dat de ongekroonde slipkoning na 25 jaar autosport tijdens zijn laatste racedag op 16 september 1979 in een onbelangrijke wedstrijd met een Chevrolet Camaro op een plas olie ging glijden, de slip opving maar tegen een aan de kant stilstaande auto knalde waarbij hij zijn nek brak. Rob Slotemaker werd vijftig jaar.

© Rob Wiedenhoff