Marcel Albers

Het seizoen 1992 moest zijn jaar worden. Om op te vallen. Marcel Albers (1967-1992) was geen man van grote woorden, Zeker, hij vertelde dat hij in de formule l wilde gaan rijden. Uit zijn mond klonk dat niet als grootspraak want hij wist waarmee hij bezig was. ,,Eens moet een Nederlander succes behalen in de formule 1. En dan wil ik diegene zijn’’, zo klonk het. Marcel stopte met zijn studie economie in Antwerpen om zich te richten op de autosport. Waarin hij op een onverwachte manier terechtwam. Zonder dat zijn vader, vroeger actief in de rallysport, er van wist meldde hij zich voor de Marlboro Challenge, samen met vijftienduizend andere hoopvollen. Hij bleek de beste. Een jaar later, in 1989,  stapte hij in een Formule Ford 1600 en behaalde meteen het Nederlands kampioenschap. In 1990 volgde de Formule Opel Lotus Euroseries waarin hij zesde werd. Een jaar later sloeg hij een weg die veel latere toppers voor hem namen: hij vestigde zich in Engeland. Daar reed hij formule 3 voor Alan Docking. Wat de vijfde plaats opleverde. Ook kwam hij uit in de Marlboro Masters: derde, achter winnaar David Coulthard en Jordi Gene.  Met een fabrieks Ralt-Mugen van Alan Docking Racing begon hij 1992 voortvarend met het winnen van de openingsronde op Donington Park. Op Silverstone viel hij uit met pech en toen kwam, op Tweede Paasdag, de derde ronde op Thruxton. Daar maakte hij een snelle opmars, na problemen met de versnellingsbak, waarbij hij tegen teamgenoot Elton Julian botste en een enorme salto maakte. Een crash die hij helaas niet overleefde. Marcel Albers, vierentwintig jaar oud, leeft voort op het in 1998 geplaatste Nationaal Autosport Monument bij de ingang van het Circuit Park Zandvoort. Naar aanleiding van zijn overlijden werd het initiatief genomen om personen die Nederlandse autosportgeschiedenis schreven of dat nog steeds doen, op die manier in herinnering te houden.

© Rob Wiedenhoff