Op vreugdevolle ontdekkingsreis met BMW Door Coo Dijkman MÜNCHEN – “Het lijkt wel een schoolreisje”, galmde het in het gezelschap van 25 autosportliefhebbers dat zich op de vroege ochtend van 22 september in de vertrekhal van Schiphol had verzameld. De stemming zat er op dat matineuze tijdstip al meteen in, ondanks dat velen elkaar voor het eerst ontmoetten. Iedereen had zin in het tweedaagse tripje naar München dat door importeur BMW Nederland werd geïnitieerd en als thema ‘Freude entdecken’ kende: BMW Welt, Museum und Werk.
Een ‘schoolreisje’ ter lering en vermaak dus, want niet alleen zouden wij de wondere wereld van het befaamde merk Bayerische Motoren Werke gaan ontdekken, maar ook kennismaken met het fenomeen Oktoberfest dat in de periode van twee weken maar liefst 7 miljoen bezoekers uit binnen- en buitenland aantrekt. Zo zaten in één van de bierhallen een stel Schotten achter ons, van wie enkelen in kilts waren gekleed. En oud- BMW Motorsportbaas Mario Theissen vertelde mij dat hij Amerikanen kende die speciaal uit de States overkomen om een weekeindje Oktoberfest mee te maken. “Je moet hen alleen niet zien als zij zondagavond terugvliegen”, zei hij er lachend bij.
De Nederlandse autorensportvrienden waren niet massaal maar wel sterk vertegenwoordigd. Helaas ontbrak wegens een griepje voorzitter Ben Huisman, maar gelukkig was daar Johan Beerepoot die de honneurs op eminente wijze waarnam. Je bent tenslotte niet voor niets plaatsvervangend voorzitter. Il Presidente had er wel voor gezorgd dat het familievaandel hoog werd gehouden door schoonzoon Vincent van Tol en vriend Patrick van Egmond op te trommelen. “Een goed stel. Die kan je er best bij hebben”, wist Ben uit ervaring te vertellen toen we hem later naar zijn gezondheid informeerden. Hij bleek niet te overdrijven toen het feest in de bierhal in volle gang was en zijn ‘Stelvertreter’ de boel op stelten zette. Bijzonder gast van Ben was ook vriend Lex Bijsterbosch als dank voor bewezen diensten.
Naast Johan telden we secretaris Gerard Pos, penningmeester Dave Lioni, circuitdokter Carel Baller die overigens meedeelde op het circuit een stapje terug te gaan doen, oud-coureurs David van Lennep, Jaap Bokhoven en Ben Aders, fotograaf Wim van Det, raceliefhebber Pim van de Werd en uiteraard deze inmiddels gepensioneerde scribent.
De gemiddelde leeftijd van de NAV’ers was enigszins aan de hoge kant, maar toen we allen stonden te likkebaarden bij de glimmende seriewagens van BMW en de sterke verhalen uit het verleden werden opgehoest, bleek toch ook hoe we jong van hart zijn gebleven. Dat de kilometers lange rondleiding door de BMW-fabriek, inclusief het trappenlopen, een enkeling moeite kostte (“Is er geen lift? Moeten we nòg een hal door?”) gaf eerder reden tot hilariteit dan leedvermaak.
BMW Nederland was vertegenwoordigd door verkoopdirecteur en KNAF-voorzitter Arie Ruitenbeek, terwijl het Circuit Park Zandvoort acte de présence gaf met directeur Erik Weijers. Erik ging na afloop van tripje nog even door naar de Nürburgring om één van de races voor het VLN Langstreckenmeisterschaft bij te wonen. Dan ben je toch wel een autosportliefhebber pur sang, zullen we maar denken. Tenslotte had Aernout Lindner, commercieel directeur van BMW Den Haag, diverse relaties uitgenodigd, onder wie Lex van Noordwijk, zoon van de legendarische (onder andere) racereporter Louis van Noordwijk.
Dat gevarieerde gezelschap kreeg een interessant, maar ook doodvermoeiend programma voorgeschoteld onder leiding van Bart Baarslag van het evenementenburo AVK. Het strakke schema kende gelukkig ook uitpufmomenten met lunches, want daar waren velen wel aan toe na bezoeken aan de fabriek en musea. Niettemin was het bezoek aan Beieren de moeite alleszins waard. Indruk maakten niet alleen het gigantische fabriekscomplex in Dingolfing, maar aldaar ook het fabricageproces waarin robotten een voorname rol spelen. De gids op leeftijd die zich alleen in het Duits verstaanbaar maakte, moest ons menigmaal manen op te schieten als we te lang en met verbazing naar de robotten stond te kijken.
“Dat heb jij natuurlijk al honderd keer gezien, hè Coo”, werd mij gevraagd door enkelen. Tot hun verbazing moest ik bekennen dat zoiets voor mij ook volstrekt nieuw was om bij te wonen. Bij formule 1- en sportscarteams heb ik diverse keren als sportjournalist in de keuken mogen kijken, maar nog nooit bij een echte automobielfabrikant. Ik vond het fascinerend en ook ik moest menigmaal verzocht worden niet te lang bij diverse processen te blijven kijken, zoals naar werknemers die op de lopende band de laatste hand leggen aan weer zo’n prachtige auto. Anders had ik er nu nòg gestaan.
Wat bleek? Binnen het strakke schema moesten we ons haasten. Om exact vijf uur ’s middags stonden we te boek in een bierhal op het enorme complex van het Oktoberfest. Daar hadden we immers gereserveerd, maar het is daar ook weggegaan, plaatsje vergaan. Om tien over vijf kwamen we er eindelijk aan en het kostte nog enige overredingskracht om toegelaten te worden omdat we eigenlijk ‘zu spät’ waren. En dan kwam je moe en broodnuchter in een feestgedrang terecht, waarbij je twee dingen kunt doen: òf onmiddellijk de zinderende zaal gillend verlaten of meedoen met het zingen, zwaaien en vooral bierdrinken uit zo’n pul die met één hand niet is vast te houden. We kozen voor het laatste en zowaar, het werd nog oergezellig ook. Gemiddeld ging er, de uurtjes dat we er waren, vier liter de man door. Een superprestatie onder de wijndrinkers onder ons, daarentegen een peulenschilletje voor de ware innemers. Enkelen onder ons hadden echter niet door dat een combinatie met kleine flesjes van het soort ‘flûgeltje’ een fatale uitwerking op de ledematen heeft. Zwierend en zwaaiend kwamen die de hotellobby en –bar binnen waar de meesten al op adem waren gekomen.
De volgende dag was het al weer vroeg op, want bezoeken aan musea stonden op het programma. In het historisch museum kregen we onder leiding van een gids (in, jawel, lederhosen!) een rondleiding, waarin de geschiedenis van BMW tot leven kwam. Van goed geconserveerde klassiekers uit 1929, zoals de BMW3/15 PS, een technisch gemodificeerde Dixi. Dat was eerder een licentie-model dat gebaseerd was op de kleine Engelse Austin Martin. Maar ook te zien waren de Formule 1-wagens van het BMW Sauber-team en de winnende Le Mans-auto uit 1999, de 580 pk sterke twaalfcilinder V12 LMR. Het was genieten voor de liefhebbers.
Amper bekomen van de toer en het kwijlen bij zo’n Rolls Royce (ook BMW!) die voor de ingang stond te prijken, moesten we ons haasten naar het schitterende BMW Welt, aan de overkant van het nog steeds futuristische hoofdkantoor van de BMW Groep. Dat het torencomplex uit 1972, dat in de volksmond ‘de viercilinder’ wordt genoemd, nog niets aan uitstraling heeft verloren is te danken aan het vooruitstrevende ontwerp van de Weense architect Karl Schwanzer. Het supermoderne BMW Welt waarin we de lunch genoten voordat we het andere museum van BMW zouden bezoeken, imponeerde qua hypermoderne constructie en inhoudelijk concept eveneens. Er ging een Welt voor ons open, zeg maar.
Eigenlijk konden onze breinen nieuwe impressies niet meer verwerken, maar de reisleiding was onverbiddelijk. Nog één museum en dan mochten van de bus in voor de terugreis. Niemand zou spijt hebben van het bezoek aan het BMW Museum dat qua bouw gelijkenis vertoont met het beroemde Guggenheim-museum in New York. Vooral de afdeling met art-cars, beschilderde BMW-wagens door beroemde kunstenaars, was een lust voor het oog. Van dichtbij BMW’s zien waarop artiesten als Roy Lichtenstein, Andy Warhol of Jeff Koons hun lusten mochten botvieren, maak je niet elke dag mee. Bovendien kregen wij een gids toegewezen die werkelijk alles maar dan ook alles wist van de historie van BMW, de modellen, de logo’s en types. Heel interessant en informatief. David van Lennep met name sprak tijdens de toer daarover al zijn waardering uit. “Die man weet ongelooflijk veel en weet het ook goed over te brengen”.
In die overvloed aan cijfers, jaartallen, toerentallen, cardanaandrijvingen, tweecilinder boxermotoren en weet ik niet meer wat die ingenieurs in de loop der jaren hebben uitgevonden, valt me dan op dat de relativering ondergesneeuwd raakt. Dus toen de gids ons vroeg waar de letter L voor stond bij een bepaald kenteken en ik uit ballorigheid riep ‘de L voor Langzaam’, zag ik het gezicht van de BMW’er verkrampen. Zo’n opmerking paste niet in diens plaatje.
Ik dacht meteen aan het stereotype dat – gezien zijn reactie - het dunste boekje over humor alleen door Duitsers geschreven kan zijn. Ja, dat schrijf ik er nu maar meteen bij, de L staat ook voor Lullig van mijn kant, want dat stereotiep bestaat natuurlijk niet. Maar we zijn Nederlander en het museum staat vlak bij het Olympia-stadion en wat gebeurde daar ook al weer in 1974? Dan mag je toch nog even die Duitser voor L.. zetten?
En voor de rest? Niets dan lof voor de gastvrijheid van onze oosterburen die op ons indruk hebben gemaakt op wat zij daar allemaal tot stand hebben gebracht en wat voor een enorm concern het is dat in 2010 wereldwijd 1,5 miljoen auto’s en 110.000 motorfietsen afzette. Het was voor de vrienden van de Nederlandse autorensport echt heel mooi om dat met eigen ogen te kunnen aanschouwen.
Moe maar voldaan keerden we terug op Schiphol na een vlucht, waarbij de luikjes bij de meesten onder ons even dicht gingen. Arie Ruitenbeek liet ons later voldaan weten dat de reis geslaagd was geweest en dat vooral iedereen weer veilig terug was gekeerd. En a propos, liet hij ons weten, mochten we een BMW aan willen schaffen, dan staat hij ons ter wille……
Coo Dijkman, lidnummer 015